ERE-basis
Hoe wordt het aantal ERE’s uit geladen kWh berekend?
De officiële formule zet geladen kWh om in ERE’s: hernieuwbaar aandeel × 183 g CO₂/MJ × 3,6 MJ/kWh. Met rekenvoorbeeld voor 2026.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 10 september 2026 · 7 min leestijd
Eén kWh laden levert geen vaste hoeveelheid ERE’s op - de omrekening hangt af van drie vaste grootheden uit de Regeling energie vervoer. Voor 2026 komt dat uit op 0,33269 ERE per kWh netstroom, oftewel ongeveer 1 ERE per 3 kWh. Dit artikel legt de officiële formule stap voor stap uit, met een rekenvoorbeeld in ERE’s en in euro’s.
De officiële formule in één regel
De NEa rekent geregistreerde laaddata om naar ERE’s met een vaste, wettelijk vastgelegde formule:
Aantal ERE’s = geleverde kWh × hernieuwbaar aandeel × 183 (g CO₂/MJ) × 3,6 (MJ/kWh) ÷ 1.000
Dat oogt abstract, maar elke term staat voor iets concreets: hoeveel stroom je leverde, hoe “groen” het Nederlandse elektriciteitsnet gemiddeld was, en hoeveel CO₂ die stroom volgens de Europese referentiewaarde zou hebben uitgestoten als die volledig uit fossiele bron kwam. Hieronder lopen we elke variabele langs.
Wat betekent elke variabele?
| Variabele | Waarde voor 2026 | Betekenis |
|---|---|---|
| Geleverde kWh | jouw laaddata | De hoeveelheid netstroom die je laadpaal registreert, gemeten door een geïntegreerde MID-gecertificeerde meter en verifieerbaar aangeleverd. |
| Hernieuwbaar aandeel | 0,505 (50,5%) | Het landelijke aandeel hernieuwbare elektriciteit, vastgesteld door het CBS, van twee jaar eerder - voor 2026 dus het cijfer over 2024. |
| CO₂-referentiewaarde | 183 g CO₂/MJ | De Europese fossiele referentiewaarde uit de RED-richtlijn: de uitstoot waarmee hernieuwbare energie in vervoer wordt vergeleken. |
| Omrekenfactor energie | 3,6 MJ/kWh | De vaste natuurkundige omrekening van kilowattuur naar megajoule. |
| Deler | ÷ 1.000 | Zet grammen CO₂ om naar kilogram, want 1 ERE staat wettelijk gelijk aan 1 kg vermeden CO₂. |
Vul je deze in, dan kom je uit op: 0,505 × 183 × 3,6 ÷ 1.000 = 0,33269 ERE per kWh geladen netstroom.
Waarom het landelijke gemiddelde en niet jouw eigen stroomcontract?
Voor gewone netstroom - dus laden zonder dat je kunt aantonen dat de stroom rechtstreeks van je eigen zonnepanelen komt - kan niemand fysiek aanwijzen welk deel van de geleverde elektronen uit een windpark komt en welk deel uit een gascentrale. Een “100% groene stroom”-contract bij je energieleverancier verandert daar in de standaardberekening niets aan: op het net zelf is de stroom niet te herleiden tot één bron. Daarom rekent de Regeling energie vervoer met het landelijke gemiddelde aandeel hernieuwbare elektriciteit, zoals het CBS dat jaarlijks vaststelt. Voor 2026 is dat het cijfer over 2024 (50,5%), omdat CBS-cijfers pas na afloop van een kalenderjaar definitief worden vastgesteld en er zo een betrouwbare, gecontroleerde waarde overblijft om mee te rekenen.
Rekenvoorbeeld: van kWh naar ERE’s
Twee voorbeelden maken de formule concreet.
Eén laadsessie van 10 kWh: 10 × 0,33269 = 3,33 ERE.
Een heel laadjaar van 4.000 kWh (een gangbaar jaarvolume voor een thuislader met een middelgrote elektrische auto): 4.000 × 0,33269 = 1.330,76 ERE per jaar.
Beide berekeningen gebruiken exact dezelfde formule; alleen het aantal geladen kWh verschilt.
Van ERE’s naar euro’s
Een ERE heeft geen vaste, door de overheid vastgestelde prijs. De waarde komt tot stand door vraag en aanbod tussen inboekdienstverleners en brandstofleveranciers die een reductieverplichting moeten invullen. Begin september 2026 lag de marktbrede indicatieve koers rond € 0,31 per ERE, met een bandbreedte van € 0,21 tot € 0,41 tussen publieke bronnen.
Reken je het jaarvoorbeeld van 4.000 kWh (1.330,76 ERE) door tegen die bandbreedte, dan levert dat het volgende bruto beeld op, vóór de commissie van een inboekdienstverlener:
| Scenario | Prijs per ERE | Bruto per jaar bij 4.000 kWh |
|---|---|---|
| Conservatief | € 0,21 | ≈ € 279 |
| Verwacht | € 0,31 | ≈ € 413 |
| Optimistisch | € 0,41 | ≈ € 546 |
Vertaald per kWh komt de verwachte kolom neer op ongeveer € 0,10 bruto per geladen kWh netstroom - een vuistregel die je vaak terugziet in rekentools, omdat 0,33269 × € 0,31 ≈ € 0,1031 per kWh.
Waarom de omrekenfactor elk jaar verandert
De 0,33269 van 2026 is geen permanent getal. Het hernieuwbare aandeel van het Nederlandse net stijgt doorgaans jaar op jaar, dus de CBS-waarde die telkens twee jaar terug wordt gebruikt, verandert mee. Wordt het net groener, dan stijgt in principe ook het aantal ERE’s per geladen kWh - en daarmee de potentiële vergoeding per kWh, los van de marktprijs per ERE zelf. De CO₂-referentiewaarde van 183 g/MJ en de omrekening van 3,6 MJ/kWh liggen daarentegen vast binnen deze formule en zijn niet aan jaarlijkse bijstelling onderhevig.
Zelf rekenen: een paar vuistregels
- 1 ERE ≈ 3 kWh geladen netstroom (preciezer: 3,01 kWh per ERE).
- 100 kWh geladen ≈ 33,3 ERE.
- 1.000 kWh geladen ≈ 333 ERE ≈ € 103 bij een koers van € 0,31 per ERE, vóór commissie.
- Laad je deels op eigen, aantoonbaar hernieuwbare stroom met een eigen opwekmeting (bijvoorbeeld zonnepanelen met een aparte teller), dan gelden mogelijk andere regels dan het landelijke gemiddelde; vraag dit na bij je inboekdienstverlener, want dit artikel behandelt uitsluitend de standaardberekening voor netstroom.
Let op: dit is de brutoberekening
Deze formule bepaalt alleen hoeveel ERE’s jouw laadsessies genereren en wat die bruto waard zijn tegen de actuele marktprijs. Wat je uiteindelijk uitbetaald krijgt, hangt ook af van de commissie en uitbetalingsfrequentie van je inboekdienstverlener, en van het feit dat particulieren niet zelf kunnen inboeken bij de NEa - dat verloopt altijd via een geregistreerde dienstverlener. Vergelijk daarom niet alleen de rekenformule, maar ook de voorwaarden van aanbieders naast elkaar voordat je je aansluit.
Lees ook
Verdiep je verder met deze gerelateerde gidsen uit de kennisbank.
Klaar om aanbieders te vergelijken?
Vergelijk opbrengst, voorwaarden en service van alle relevante ERE-aanbieders.
EREVergelijken.eu is onafhankelijk: geen enkele aanbieder betaalt voor plaatsing. De rangschikking volgt een openbare methodologie en omvat alle relevante aanbieders.