Naar hoofdinhoud
EREvergelijken

Zakelijk

ERE voor zakelijke laadpunten: voorwaarden, meetinrichting en administratie

Voor zakelijke laadpunten gelden dezelfde ERE-basisregels als voor particulieren, maar de meetinrichting, de overgang per 1 januari 2027 en de administratie verschillen wezenlijk.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 10 september 2026 · 8 min leestijd


Zakelijke laadpunten kunnen meedoen aan de ERE-regeling, met dezelfde wettelijke omrekenfactor als particulieren: 0,33269 ERE per kWh netstroom. Waar het voor bedrijven anders ligt, is de meetinrichting die nog meetelt, de overgangsregeling voor externe meters die eindigt op 1 januari 2027, de mogelijkheid om onder voorwaarden met een hoger aandeel hernieuwbare stroom te rekenen, en de administratie die een controle moet kunnen doorstaan. Dit artikel zet particuliere en zakelijke deelname naast elkaar, met de nadruk op wat specifiek voor bedrijven telt.

Particulier versus zakelijk: wat verandert er?

Aspect Particulier Zakelijk
Meter Geïntegreerde MID-gecertificeerde meter in de laadpaal Zelfde eis; een externe MID-meter gold tot dusver onder een overgangsregeling
Aansluiting Eigendom van de aansluiting op het adres Eigendom of aantoonbare machtiging van de aansluiting en de laaddata
Omrekenfactor 0,33269 ERE per kWh, op basis van het landelijke aandeel hernieuwbaar (50,5% in 2026) Zelfde basis; onder voorwaarden een hoger aandeel bij aantoonbaar 100% hernieuwbare stroom
Registratie Altijd via een inboekdienstverlener Altijd via een inboekdienstverlener, vaak met een specifiek zakelijk of wagenpark-aanbod
Administratie Een eigen sessieoverzicht is doorgaans voldoende Eigen sessieoverzicht plus onderbouwing van eigendom, machtiging en eventueel stroomherkomst

De basis - de wettelijke omrekening en de verplichte registratie via een inboekdienstverlener - is voor particulieren en bedrijven identiek. Het verschil zit vooral in wat je moet kunnen aantonen, vanaf wanneer een bepaalde meetopstelling nog meetelt, en hoeveel partijen er bij een zakelijke aansluiting betrokken kunnen zijn - denk aan een leasemaatschappij, een wagenparkbeheerder of meerdere vestigingen.

Meetinrichting: wat telt mee, en tot wanneer?

De kern van de meeteis is voor iedereen gelijk: de laadpaal heeft een geïntegreerde, MID-gecertificeerde meter die per sessie kWh registreert. Bij veel zakelijke installaties - laadpleinen, wagenparken, oudere bedrijfslocaties - is in het verleden ook gewerkt met een externe MID-meter, bijvoorbeeld in de meterkast in plaats van in de laadpaal zelf. Voor dat soort constructies gold een overgangsperiode.

Vanaf 1 januari 2027 telt een externe, niet-geïntegreerde meter niet meer mee. Dat raakt particulieren nauwelijks, omdat zij vrijwel altijd al met een geïntegreerde meter werken, maar het kan voor zakelijke installaties met een oudere of losse meetopstelling wel gevolgen hebben. Voor een enkel zakelijk laadpunt is dit een kwestie van één keer controleren; bij meerdere vestigingen of een laadplein loont het om per laadpunt een overzicht bij te houden, zodat je niet vlak vóór de deadline nog moet uitzoeken welke meter waar hangt. Heb je laadpunten waarvan je niet zeker weet hoe de meter is opgesteld, dan is dit het moment om dat na te (laten) lopen.

100% hernieuwbare stroom: een hogere factor, onder voorwaarden

De omrekening van kWh naar EREs is wettelijk gekoppeld aan het aandeel hernieuwbare energie in de stroom: aandeel hernieuwbaar × 183 g CO₂/MJ × 3,6 MJ/kWh, gedeeld door 1.000. Voor gewone netstroom wordt gerekend met het landelijke gemiddelde van het Centraal Bureau voor de Statistiek - 50,5% voor 2026 - wat uitkomt op de bekende 0,33269 ERE per kWh.

Ter illustratie van diezelfde formule: zou een bedrijf voor 100% aantoonbaar hernieuwbare stroom in aanmerking komen voor het volledige aandeel, dan loopt de indicatieve factor op tot ongeveer 0,6588 ERE per kWh - bijna twee keer zoveel als het landelijke gemiddelde. Dit is een rekenkundige illustratie van dezelfde wettelijke formule, geen bevestigde uitkomst voor elke situatie: welk bewijs nodig is (denk aan een leveringscontract of garanties van oorsprong), en of jouw aansluiting hiervoor in aanmerking komt, verschilt per geval. Dit soort afspraken loopt doorgaans via het energiecontract van het bedrijf, niet via de ERE-aanbieder zelf - de aanbieder kan wel aangeven welk bewijs nodig is om er bij de registratie rekening mee te houden. Bevestig dit vooraf met je ERE-aanbieder; wij geven hier geen fiscaal of juridisch advies.

Meerdere laadpunten, leaseauto’s en gedeelde laadpalen

Zakelijke deelname met meerdere laadpunten is mogelijk bij aanbieders die zich (mede) op zakelijke klanten richten; per laadpunt gelden dezelfde eisen rond een geschikte meter en verifieerbare data. Bij leaseauto’s en gedeelde laadpalen is het belangrijk om vooraf vast te leggen wie de EREs mag inboeken: de werkgever als houder van de aansluiting, de leasemaatschappij, of de berijder. Zonder een duidelijke afspraak loop je het risico dat niemand - of juist meerdere partijen tegelijk - aanspraak maakt op dezelfde laadsessies.

Ook bij één bedrijfslocatie met meerdere laadpalen, bijvoorbeeld een laadplein voor eigen personeel, is het verstandig om per laadpaal vast te leggen wie verantwoordelijk is voor de data en de registratie - zeker als de installatie in fases is aangelegd door verschillende partijen.

Administratie voor een ERE-controle

Een ERE-aanbieder of, uiteindelijk, de NEa kan vragen om onderbouwing. Zorg dat je in elk geval kunt aantonen:

  • Eigendom of machtiging van de aansluiting per laadlocatie.
  • Merk, model en MID-status van de meter per laadpaal, inclusief het typeplaatje of certificaat.
  • Sessiedata in kWh, geëxporteerd per sessie en niet alleen als maandtotaal.
  • Bewijs van stroomherkomst, bijvoorbeeld een leveringscontract of garanties van oorsprong, als je een hoger hernieuwbaar aandeel claimt.
  • Interne verantwoordelijkheid: wie binnen de organisatie is gemachtigd om namens het bedrijf te registreren en te corrigeren.

Een vermelding op de NEa-lijst van je aanbieder is overigens geen keurmerk en geen garantie dat jouw specifieke laadpunten worden goedgekeurd; dat wordt per laadpunt beoordeeld.

Btw en fiscale gevolgen: geen advies, wel een aandachtspunt

Voor ondernemers kan de ERE-vergoeding gevolgen hebben voor btw en administratie; dat verschilt per situatie, rechtsvorm en aanbieder. Dit artikel geeft daarover nadrukkelijk geen fiscaal advies - stem dit vooraf af met je boekhouder of adviseur en met je ERE-aanbieder.

Aanbieders vergelijken voor zakelijk gebruik

Niet elke aanbieder bedient zakelijke klanten of wagenparken; sommige richten zich uitsluitend op particulieren. In de vergelijking kun je filteren op aanbieders die zakelijke deelname aanbieden, en de commissie, uitbetalingsfrequentie en contractvoorwaarden naast elkaar leggen. Let bij zakelijke deelname extra op de uitbetalingsfrequentie: bij meerdere laadpunten telt het verschil tussen kwartaal- en jaaruitbetaling financieel zwaarder mee dan bij een enkel particulier laadpunt. Vraag ook naar ervaring met vergelijkbare zakelijke situaties - een laadplein met tien laadpalen vraagt om andere afspraken dan een enkel zakelijk laadpunt bij een kantoorpand - en naar hoe de aanbieder omgaat met laadpunten die pas later aan alle voorwaarden voldoen.

Lees ook

Verdiep je verder met deze gerelateerde gidsen uit de kennisbank.

Klaar om aanbieders te vergelijken?

Vergelijk opbrengst, voorwaarden en service van alle relevante ERE-aanbieders.

Bekijk de vergelijking

EREVergelijken.eu is onafhankelijk: geen enkele aanbieder betaalt voor plaatsing. De rangschikking volgt een openbare methodologie en omvat alle relevante aanbieders.