Zakelijk
ERE voor zakelijke laadpunten: voorwaarden, meetinrichting en administratie
Voor zakelijke laadpunten gelden dezelfde ERE-basisregels als voor particulieren, maar de meetinrichting, de overgang per 1 januari 2027 en de administratie verschillen wezenlijk.
Door het ERE Team · Laatst gecontroleerd 15 oktober 2026 · 8 min leestijd
Zakelijke laadpunten kunnen meedoen aan de ERE-regeling, met dezelfde wettelijke omrekenfactor als particulieren: 0,33269 ERE per kWh netstroom. Waar het voor bedrijven anders ligt, is de meetinrichting die nog meetelt, het overgangsjaar voor bedrijven die al vóór 2026 met een externe meter inboekten en dat eindigt op 1 januari 2027, de mogelijkheid om onder voorwaarden met een hoger aandeel hernieuwbare stroom te rekenen, en de administratie die een controle moet kunnen doorstaan. Dit artikel zet particuliere en zakelijke deelname naast elkaar, met de nadruk op wat specifiek voor bedrijven telt.
Particulier versus zakelijk: wat verandert er?
| Aspect | Particulier | Zakelijk |
|---|---|---|
| Meter | Geïntegreerde MID-gecertificeerde meter in de laadpaal, sinds januari 2026 en zonder overgangsjaar | Zelfde eis; alleen wie vóór 2026 al met een externe MID-meter inboekte, heeft een overgangsjaar tot 1 januari 2027 |
| Aansluiting | Eigendom van de aansluiting op het adres | Eigendom of aantoonbare machtiging van de aansluiting en de laaddata |
| Omrekenfactor | 0,33269 ERE per kWh, op basis van het landelijke aandeel hernieuwbaar (50,5% in 2026) | Zelfde basis; onder strenge voorwaarden een hoger aandeel voor stroom die op hetzelfde adres wordt opgewekt |
| Registratie | Altijd via een inboekdienstverlener | Onder de drempel via een inboekdienstverlener. Op of boven de drempel kan het bedrijf zelf een rekening openen |
| Administratie | Een eigen sessieoverzicht is doorgaans voldoende | Eigen sessieoverzicht plus onderbouwing van eigendom, machtiging en eventueel stroomherkomst |
De wettelijke omrekening van netstroom is voor particulieren en bedrijven dezelfde. Wie mag registreren, verschilt. Particulieren gaan via een inboekdienstverlener. Een bedrijf onder de drempel ook. Een bedrijf dat de drempel haalt, kan zelf een rekening openen. Verder zit het verschil in wat je moet kunnen aantonen, vanaf wanneer een bepaalde meetopstelling nog meetelt, en hoeveel partijen er bij een zakelijke aansluiting betrokken kunnen zijn, zoals een leasemaatschappij, een wagenparkbeheerder of meerdere vestigingen. Beheert een exploitant de paal, dan staat de rekening op naam van de afnemer van de hoofdaansluiting: ERE en de laadpaalexploitant.
Meetinrichting: wat telt mee, en tot wanneer?
De kern van de meeteis is voor iedereen gelijk: de laadpaal heeft een geïntegreerde, MID-gecertificeerde meter die per sessie kWh registreert. Bij veel zakelijke installaties - laadpleinen, wagenparken, oudere bedrijfslocaties - is in het verleden ook gewerkt met een externe MID-meter, bijvoorbeeld in de meterkast in plaats van in de laadpaal zelf. Volgens het gewijzigde Besluit energie vervoer, dat op 20 juni 2026 in werking trad met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, telt een meter buiten het laadpunt niet als meter van dat laadpunt. Bedrijven die al vóór 2026 met een externe MID-meter inboekten, krijgen een overgangsjaar: in 2026 handhaaft de NEa daar niet op, zodat zij een geïntegreerde meter kunnen installeren. Wie pas sinds 2026 inboekt, valt niet onder dat overgangsjaar.
Vanaf 1 januari 2027 telt een externe, niet-geïntegreerde meter ook voor deze bedrijven niet meer mee. Voor particulieren verandert er op die datum niets: voor hen moet de MID-meter al sinds januari 2026 in de laadpaal zitten, zonder overgangsjaar. Voor zakelijke installaties met een oudere of losse meetopstelling kan de datum wel gevolgen hebben. Voor een enkel zakelijk laadpunt is dit een kwestie van één keer controleren; bij meerdere vestigingen of een laadplein loont het om per laadpunt een overzicht bij te houden, zodat je niet vlak vóór de deadline nog moet uitzoeken welke meter waar hangt. Heb je laadpunten waarvan je niet zeker weet hoe de meter is opgesteld, dan is dit het moment om dat na te (laten) lopen.
Eigen opwek op hetzelfde adres: een hogere factor, onder voorwaarden
De omrekening van kWh naar EREs is wettelijk gekoppeld aan het aandeel hernieuwbare energie in de stroom: aandeel hernieuwbaar × 183 g CO₂/MJ × 3,6 MJ/kWh, gedeeld door 1.000. Voor gewone netstroom wordt gerekend met het landelijke gemiddelde van het Centraal Bureau voor de Statistiek - 50,5% voor 2026 - wat uitkomt op de bekende 0,33269 ERE per kWh.
Ter illustratie van diezelfde formule: bij een volledig hernieuwbaar aandeel loopt de factor op tot ongeveer 0,6588 ERE per kWh, bijna twee keer zoveel als het landelijke gemiddelde. Dat kan alleen via de aparte route voor hernieuwbare stroom die op hetzelfde adres wordt opgewekt of via een directe lijn binnenkomt (Besluit energie vervoer, artikel 10). Daarvoor zijn garanties van oorsprong voor niet-netlevering nodig, controleert de verificateur of er op dat adres minstens zoveel is opgewekt als er wordt ingeboekt, en mag er voor die stroom geen exploitatiesubsidie zijn verstrekt. Groene stroom inkopen via het net, ook met een 100%-groencontract, telt hier niet voor. Bevestig vooraf met je ERE-aanbieder of die deze route ondersteunt; wij geven hier geen fiscaal of juridisch advies.
Meerdere laadpunten, leaseauto’s en gedeelde laadpalen
Zakelijke deelname met meerdere laadpunten is mogelijk bij aanbieders die zich (mede) op zakelijke klanten richten; per laadpunt gelden dezelfde eisen rond een geschikte meter en verifieerbare data. Bij leaseauto’s en gedeelde laadpalen is het belangrijk om vooraf vast te leggen wie de EREs mag inboeken: de werkgever als houder van de aansluiting, de leasemaatschappij, of de berijder. Zonder een duidelijke afspraak loop je het risico dat niemand - of juist meerdere partijen tegelijk - aanspraak maakt op dezelfde laadsessies.
Ook bij één bedrijfslocatie met meerdere laadpalen, bijvoorbeeld een laadplein voor eigen personeel, is het verstandig om per laadpaal vast te leggen wie verantwoordelijk is voor de data en de registratie - zeker als de installatie in fases is aangelegd door verschillende partijen.
Administratie voor een ERE-controle
Een ERE-aanbieder of, uiteindelijk, de NEa kan vragen om onderbouwing. Zorg dat je in elk geval kunt aantonen:
- Eigendom of machtiging van de aansluiting per laadlocatie.
- Merk, model en MID-status van de meter per laadpaal, inclusief het typeplaatje of certificaat.
- Sessiedata in kWh, geëxporteerd per sessie en niet alleen als maandtotaal.
- Garanties van oorsprong voor niet-netlevering en meetgegevens van de eigen opwek, als je voor stroom die op hetzelfde adres wordt opgewekt een hoger aandeel claimt.
- Interne verantwoordelijkheid: wie binnen de organisatie is gemachtigd om namens het bedrijf te registreren en te corrigeren.
Een vermelding op de NEa-lijst van je aanbieder is overigens geen keurmerk en geen garantie dat jouw specifieke laadpunten worden goedgekeurd; dat wordt per laadpunt beoordeeld.
Btw en fiscale gevolgen: geen advies, wel een aandachtspunt
Voor ondernemers kan de ERE-vergoeding gevolgen hebben voor btw en administratie; dat verschilt per situatie, rechtsvorm en aanbieder. Dit artikel geeft daarover nadrukkelijk geen fiscaal advies - stem dit vooraf af met je boekhouder of adviseur en met je ERE-aanbieder.
Wanneer mag je zelf bij de NEa inboeken
Artikel 9 lid 6, geldend van 20 juni 2026 en gelezen op 15 oktober 2026, zet de minimale hoeveelheid jaarlijks in te boeken elektriciteit op 2 miljoen kWh, tenzij lid 7 geldt of de onderneming al een inboekfaciliteit heeft voor een andere soort hernieuwbare energie dan elektriciteit. Lid 7 zet het aantal machtigingen voor een inboekdienstverlener op minimaal 200. In de wetten.nl-tekst staat “inboekdienstverlenerbedraagt” zonder spatie. De 200 machtigingen zijn het alternatief voor een inboekdienstverlener. Het is geen tweede toets die er nog bij komt, en het is ook geen regel die alleen “meer dan 2 miljoen kWh via je eigen laadpunten” zegt.
De pagina Inboeken elektriciteit noemt dezelfde cijfers, gelezen op dezelfde dag. Zelfstandige leveranciers: KvK plus minstens 2 miljoen kWh per jaar. Inboekdienstverleners: KvK plus minstens 2 miljoen kWh per jaar namens alle gemachtigden, of minimaal 200 machtigingen. Rekeninghouders die ook andere energiedragers inboeken, hebben geen elektriciteitsdrempel en kunnen voor het eigen bedrijf en 100% dochterondernemingen inboeken. Bij de aanvraag toon je vooraf dat je de drempel haalt. Haal je die daarna niet, dan wordt de rekening na de jaarafsluiting geblokkeerd en loopt inboeken het volgende jaar via een inboekdienstverlener.
Een aparte inboekfaciliteit is nodig om als inboekdienstverlener op te treden. De pagina Inboekdienstverleners zegt dat elk bedrijf, ook een dochterbedrijf, apart toestemming geeft, en dat een onderneming per kalenderjaar één inboekdienstverlener mag aanstellen. De aansluitingen van die onderneming kunnen wisselen. Op de machtiging staat ten minste één EAN die de onderneming bij ondertekening heeft. Dat is de bedrijfsmachtiging. Een huishouden machtigt per EAN. Twee laadpalen op één huisaansluiting vallen onder één aanbieder. Dat staat op Overstappen van ERE-aanbieder.
Aanbieders vergelijken voor zakelijk gebruik
Niet elke aanbieder bedient zakelijke klanten of wagenparken; sommige richten zich uitsluitend op particulieren. In de vergelijking kun je filteren op aanbieders die zakelijke deelname aanbieden, en de commissie, uitbetalingsfrequentie en contractvoorwaarden naast elkaar leggen. Let bij zakelijke deelname extra op de uitbetalingsfrequentie: bij meerdere laadpunten telt het verschil tussen kwartaal- en jaaruitbetaling financieel zwaarder mee dan bij een enkel particulier laadpunt. Vraag ook naar ervaring met vergelijkbare zakelijke situaties - een laadplein met tien laadpalen vraagt om andere afspraken dan een enkel zakelijk laadpunt bij een kantoorpand - en naar hoe de aanbieder omgaat met laadpunten die pas later aan alle voorwaarden voldoen. Heb je een wagenpark met depotladen, kijk dan ook bij ERE-aanbieders voor je wagenpark.
Lees ook
Verdiep je verder met deze gerelateerde gidsen uit de kennisbank.
Klaar om aanbieders te vergelijken?
Vergelijk opbrengst, voorwaarden en service van alle relevante ERE-aanbieders.
EREVergelijken.eu is onafhankelijk: geen enkele aanbieder betaalt voor plaatsing. De rangschikking volgt een openbare methodologie en omvat alle relevante aanbieders.