Naar hoofdinhoud

Publiek laden

Wat kost een laadpas echt? Abonnement, starttarief en opslag uitgelegd

Met een laadpas betaal je niet alleen de prijs van de laadpaal. Abonnement, starttarief, opslag, roaming en rotatietarieven bepalen wat een laadsessie kost. De bouwstenen op een rij, met een illustratief rekenvoorbeeld.

Door het ERE Team · Laatst gecontroleerd 27 september 2026 · 9 min leestijd


Kort antwoord: een laadpas is geen prijs, maar een contract met een laadpasaanbieder. Die aanbieder bepaalt wat je per laadsessie betaalt. Volgens de NAL nemen de meeste laadpassen een kWh-tarief als basis: het tarief van de exploitant van de laadpaal of een eigen kWh-tarief. Neemt de aanbieder het tarief van de exploitant over, dan vult hij dat aan met een abonnement per maand, een opslag per laadsessie of een opslag per kWh. Daarbovenop kunnen eenmalige kosten voor de pas, roamingkosten en rotatietarieven komen. Daardoor kan dezelfde laadpaal met twee laadpassen een verschillende prijs hebben. Welke opbouw voor jou het voordeligst is, hangt af van hoeveel kWh je laadt en in hoeveel sessies.

Wie rekent wat? Exploitant, laadpasaanbieder en roaming

Bij publiek laden spelen twee bedrijven een rol:

  • De exploitant beheert de laadpaal en bepaalt de ad-hoc prijs: wat je betaalt als je zonder laadpas laadt, bijvoorbeeld met je bankpas of via een QR-code. Welke rechten je daarbij hebt, lees je in Laden zonder laadpas: dit zijn je rechten (AFIR).
  • De laadpasaanbieder (in AFIR: aanbieder van mobiliteitsdiensten) verkoopt je de laadpas of laadapp en stuurt je de rekening.

Volgens het NAL-actieplan prijstransparantie werd in 2024 circa 99% van de laadsessies in Nederland gestart en afgerekend met een laadpas. Het geld loopt dan in twee stappen: de exploitant brengt de laadkosten in rekening bij de laadpasaanbieder, en de laadpasaanbieder rekent af met jou. Die uitwisseling van gegevens en betalingen tussen exploitant en laadpasaanbieder heet in AFIR e-roaming (art. 2 punt 25).

Belangrijk detail uit de NAL-memo over prijstransparantie: exploitanten en laadpasaanbieders maken onderling commerciële afspraken over de prijs. Die inkoopprijs hoeft niet gelijk te zijn aan de ad-hoc prijs. Spreekt een aanbieder over “het tarief van de exploitant”, dan kan hij dus zijn inkoopprijs bedoelen en niet de prijs die je zonder laadpas bij de laadpaal zou betalen.

De bouwstenen van een laadpasprijs

Bouwsteen Wat het is Hoe het uitpakt
Tarief van de exploitant Het kWh-tarief van de laadpaal, dat de aanbieder overneemt Verschilt per laadpaal en per netwerk; bij veel openbare AC-laadpalen spreekt de gemeente of provincie het tarief af in een concessie
Eigen kWh-tarief van de aanbieder Een tarief dat de aanbieder zelf vaststelt, los van de prijs van de exploitant Volgens de NAL soms één vast tarief voor alle laadpalen in Nederland
Abonnement Een vast bedrag per maand Weegt zwaarder naarmate je minder laadt
Eenmalige kosten voor de pas Aanschaf- of verzendkosten, als de aanbieder die rekent Eenmalig; volgens de ACM moet vanaf de aanschaf van de laadpas duidelijk zijn wat de kosten zijn
Starttarief of transactiekosten Een vast bedrag per laadsessie Weegt zwaarder naarmate je vaker en korter laadt
Opslag per kWh Een bedrag of percentage bovenop het kWh-tarief Groeit mee met het aantal kWh
Roamingkosten Kosten die de aanbieder rekent voor laden bij een laadpaal van een ander bedrijf Moeten vooraf apart zichtbaar zijn (art. 5 lid 5 AFIR)
Rotatietarief (ook blokkeer- of kleeftarief) Een bedrag per minuut als je lang aan de laadpaal blijft staan Hangt af van hoe lang je blijft staan, niet van hoeveel je laadt

Twee bouwstenen vragen extra uitleg.

Rotatietarieven verschillen per exploitant en per laadpas. Voor de ad-hoc prijs bij laadpunten van 50 kW of meer noemt AFIR een rotatietarief per minuut als het enige onderdeel dat de exploitant naast de kWh-prijs mag rekenen (art. 5 lid 4). Zo’n tarief vanaf de start van de sessie lijkt volgens de Europese Commissie op het eerste gezicht niet evenredig (Q&A 5.18). In de praktijk lopen de regels uiteen. Twee voorbeelden, stand 27 september 2026: Allego rekent bij snelladers € 0,25 per minuut vanaf 45 minuten als de auto niet meer laadt, en bij AC-laadpalen in Nederland € 0,05 per minuut vanaf 5 uur na de start (alleen tussen 07:00 en 23:00, maximaal 16 uur, niet in een aantal aanbestedingen). TotalEnergies meldt dat het op zijn openbare laadpunten geen blokkeer- of kleeftarieven rekent. Volgens de NAL-memo nemen sommige laadpasaanbieders rotatietarieven één op één over, verwerken andere ze in hun kWh-prijs of passen ze eigen tijdsblokken toe, en er zijn zelfs aanbieders die een rotatietarief rekenen terwijl de exploitant dat niet doet.

Roaming in het buitenland. Laadpasaanbieders mogen geen extra kosten rekenen voor grensoverschrijdende e-roaming (art. 5 lid 5 AFIR). Volgens de Commissie betekent dit dat je dezelfde roamingkosten betaalt, in welk EU-land je ook laadt (Q&A 5.24). De prijs van de laadpaal zelf kan per land wel verschillen.

Wat niet in de laadpasprijs zit: parkeerkosten. Staat een laadpaal in een gebied met betaald parkeren, dan betaal je volgens de gemeente Utrecht parkeergeld of heb je een vergunning nodig, net als bij een gewone parkeerplek. Volgens de Commissie vallen parkeerkosten buiten AFIR (Q&A 5.11).

Waarom dezelfde laadpaal met verschillende passen anders kost

Bij één laadpaal kun je dus verschillende prijzen betalen, afhankelijk van de pas waarmee je start. Dat is geen fout, maar hoe de markt werkt:

  • Volgens de ACM mag de aanbieder van de laadpaal of laadpas zijn eigen tarieven bepalen, en kan het tarief per laadpas of contract verschillen.
  • Vattenfall InCharge schrijft op zijn tarievenpagina dat je met een andere laadpas bij een Vattenfall-laadpaal niet het Vattenfall-tarief betaalt, maar het tarief van de laadpasaanbieder.
  • NAL-regio Oost meldt bij haar concessietarieven dat de prijs aan de laadpaal kan verschillen afhankelijk van de laadpas die je gebruikt.
  • De gemeente Utrecht wijst erop dat je laadpasaanbieder misschien nog extra kosten vraagt, zoals een starttarief of transactiekosten.

Volgens de NAL-memo nemen sommige laadpasaanbieders de ad-hoc prijs één op één over en rekenen ze daar transactiekosten bovenop, hanteren andere een iets hogere prijs dan de ad-hoc prijs, en gebruiken weer andere een eigen standaardtarief dat losstaat van de prijs van de exploitant. Neemt je aanbieder het tarief van de exploitant over, dan verschilt jouw prijs per netwerk en per laadpaal. Hanteert hij een eigen vast tarief, dan betaal je overal hetzelfde, ook bij een laadpaal met een lage ad-hoc prijs.

Rekenvoorbeeld: wat doen starttarief, opslag en abonnement met je maandkosten?

Let op: dit is een illustratief rekenvoorbeeld. De bedragen zijn bouwstenen om het effect te laten zien. Het zijn geen prijzen van een bestaande laadpasaanbieder.

Aannames:

  • Je laadt 100 kWh per maand bij openbare AC-laadpalen.
  • Het tarief van de exploitant is € 0,41 per kWh, inclusief btw.
  • Je laadt in 8 sessies per maand.
  • Geen rotatietarief, geen roamingkosten, geen parkeerkosten en geen eenmalige kosten voor de pas.
  • Elke variant heeft precies één bouwsteen bovenop het tarief van de exploitant.
Variant Berekening Per maand Per kWh
Alleen het tarief van de exploitant 100 × € 0,41 € 41,00 € 0,410
Plus starttarief € 0,35 per sessie € 41,00 + 8 × € 0,35 € 43,80 € 0,438
Plus opslag van 10% € 41,00 × 1,10 € 45,10 € 0,451
Plus abonnement € 4,99 per maand € 41,00 + € 4,99 € 45,99 € 0,460

Bij dit laadpatroon kost het starttarief je € 2,80 per maand, de opslag € 4,10 en het abonnement € 4,99. Verandert je laadpatroon, dan verandert ook de volgorde:

Variant 100 kWh in 8 sessies 100 kWh in 16 sessies 200 kWh in 8 sessies
Alleen het tarief van de exploitant € 41,00 € 41,00 € 82,00
Plus starttarief € 0,35 € 43,80 € 46,60 € 84,80
Plus opslag van 10% € 45,10 € 45,10 € 90,20
Plus abonnement € 4,99 € 45,99 € 45,99 € 86,99

Wat dit laat zien:

  • Een starttarief telt per sessie. Laad je vaak en kort, dan loopt het op: vanaf 15 sessies per maand is € 0,35 per sessie in dit voorbeeld duurder dan een abonnement van € 4,99 (€ 4,99 gedeeld door € 0,35 is 14,3 sessies).
  • Een procentuele opslag groeit mee met je verbruik en met de prijs van de laadpaal. Bij € 0,41 per kWh is 10% opslag vanaf ongeveer 122 kWh per maand duurder dan een abonnement van € 4,99.
  • Een abonnement is een vast bedrag. Hoe meer kWh je laadt, hoe minder het per kWh weegt.

Echte laadpassen kunnen meerdere bouwstenen tegelijk hebben, en de prijs van de exploitant verschilt per laadpaal. Tel dan alle onderdelen bij elkaar op voor jouw eigen laadpatroon. Actuele prijzen per laadpas, met bron en datum, vergelijk je op laadpassen vergelijken. Wat laadpalen zelf kosten per netwerk en per stad, staat op laadtarieven en in Wat kost publiek laden in 2026?.

Zo weet je vóór het laden wat je betaalt

  • Kijk in de app of op de website van je laadpasaanbieder. Volgens artikel 5 lid 5 AFIR moet die vóór de start alle prijsinformatie voor die sessie tonen, met elk onderdeel apart, inclusief roamingkosten en eigen vergoedingen.
  • Vergelijk met de ad-hoc prijs bij de laadpaal. Die staat op een scherm of sticker, of is via een QR-code of link te vinden (art. 5 lid 4). Volgens de Commissie is het doel van de regels dat je deze twee prijzen vooraf kunt vergelijken (Q&A 5.27).
  • Let op tijd. Een rotatietarief of parkeertarief hangt af van hoe lang je blijft staan, niet van hoeveel je laadt.
  • Controleer je factuur. Volgens de ACM moet je na het laden kunnen zien hoeveel stroom je afnam en wat je daarvoor betaalde. Is de rekening hoger dan de prijs die je vooraf kreeg, stuur dan een klacht per e-mail of brief naar je laadpasaanbieder.

Kort samengevat

  • Met een laadpas betaal je de prijs van je laadpasaanbieder, niet automatisch de ad-hoc prijs van de laadpaal.
  • De bouwstenen zijn het kWh-tarief (van de exploitant of van de aanbieder), een abonnement, een starttarief, een opslag per kWh, eventuele eenmalige paskosten, roamingkosten en rotatietarieven. Parkeren komt er los bij.
  • Dezelfde laadpaal kan per laadpas een andere prijs hebben; volgens de ACM mogen aanbieders hun eigen tarieven bepalen.
  • In ons illustratieve voorbeeld (100 kWh, 8 sessies, € 0,41 per kWh) kost een starttarief van € 0,35 € 2,80 per maand extra, 10% opslag € 4,10 en een abonnement € 4,99; bij een ander laadpatroon verandert de volgorde.
  • AFIR verplicht laadpasaanbieders om vóór elke sessie alle prijsonderdelen apart te tonen. Gebruik dat om te vergelijken met de ad-hoc prijs.

Veelgestelde vragen

Is een laadpas zonder abonnement altijd goedkoper?

Nee. Een laadpas zonder abonnement kan een starttarief of een opslag per kWh hebben. In ons illustratieve rekenvoorbeeld is een starttarief van € 0,35 goedkoper dan een abonnement van € 4,99 tot en met 14 sessies per maand; vanaf 15 sessies is het abonnement goedkoper, als de rest gelijk blijft. Reken daarom met je eigen aantal sessies en kWh.

Waarom betaal ik bij dezelfde laadpaal met mijn pas meer dan met de pas van een ander?

Omdat niet de laadpaal, maar je laadpasaanbieder de prijs bepaalt die jij betaalt. Volgens de ACM mag een aanbieder zijn eigen tarieven bepalen en kan het tarief per laadpas of contract verschillen. De aanbieder kan het tarief van de exploitant overnemen en er iets bij rekenen, of een eigen tarief hanteren.

Wat zijn roamingkosten bij een laadpas?

E-roaming is volgens AFIR de uitwisseling van gegevens en betalingen tussen de exploitant van een laadpaal en de aanbieder van je laadpas. Rekent je aanbieder daar kosten voor, dan moet hij die vooraf apart tonen (art. 5 lid 5). Voor laden in een ander EU-land mag hij niets extra rekenen.

Zitten parkeerkosten in de prijs van de laadpas?

Nee, parkeren is een aparte kostenpost. Staat een laadpaal in een gebied met betaald parkeren, dan betaal je volgens de gemeente Utrecht parkeergeld of heb je een vergunning nodig, net als bij een gewone parkeerplek. Volgens de Europese Commissie vallen parkeerkosten buiten AFIR.

Lees ook

Verdiep je verder met deze gerelateerde gidsen uit de kennisbank.

Klaar om aanbieders te vergelijken?

Vergelijk opbrengst, voorwaarden en service van alle relevante ERE-aanbieders.

Bekijk de vergelijking

EREVergelijken.eu is onafhankelijk: geen enkele aanbieder betaalt voor plaatsing. De rangschikking volgt een openbare methodologie en omvat alle relevante aanbieders.