Naar hoofdinhoud

ERE-basis

HBE versus ERE: wat veranderde er op 1 januari 2026?

Op 1 januari 2026 verving ERE het HBE-systeem: van energie-inhoud naar CO₂-reductie. Vergelijking, officiële tijdlijn en begrippenlijst van HBE, ERE en REV.

Door het ERE Team · Laatst gecontroleerd 15 oktober 2026 · 8 min leestijd


Op 1 januari 2026 verving het ERE-stelsel het oudere HBE-systeem als basis voor de Nederlandse verplichting om vervoer te verduurzamen. Het belangrijkste verschil: HBE telde de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie, terwijl ERE de daadwerkelijke CO₂-reductie in de hele keten telt. Dit artikel zet de verschillen, de officiële tijdlijn en de belangrijkste begrippen op een rij.

Wat was HBE?

HBE staat voor Hernieuwbare Brandstofeenheid. Het was de verhandelbare eenheid onder de zogeheten jaarverplichting: brandstofleveranciers moesten jaarlijks een groeiend aandeel hernieuwbare energie in de Nederlandse vervoersmarkt brengen, en konden dat aantonen met HBE’s. Eén HBE stond gelijk aan een vaste hoeveelheid energie-inhoud, ongeacht hoeveel CO₂ er in de hele productieketen daadwerkelijk werd bespaard. Het systeem draaide dus vooral om volume: hoeveel hernieuwbare energie er werd geleverd, niet om hoeveel uitstoot dat concreet voorkwam.

Wat was een HBE waard?

De HBE-prijs schommelde flink. Volgens handelsnoteringen van Argus stond een HBE begin 2022 rond € 18,60 en zakte hij in 2023 en 2024 ver weg, tot € 8,70 in mei 2024. Het ministerie sprak in september 2023 zelfs van ongeveer € 5, historisch laag. Eind 2025 en begin 2026 lag de prijs weer rond € 18 tot € 19. Bij de overstap werd 1 HBE 46 ERE: € 18,75 per HBE is dus ongeveer € 0,41 per ERE. Op 2 november 2026 is de mediaan € 0,310 per ERE. Alle noteringen per kwartaal, met bron, staan in de grafiek van HBE naar ERE op de ERE-prijspagina. Let op: thuisladen leverde onder HBE niets op; alleen bedrijven met (vooral publieke) laadpalen konden HBE’s inboeken.

Wat is ERE?

ERE staat voor Emissiereductie-eenheid. Eén ERE staat gelijk aan 1 kg vermeden CO₂-uitstoot in de keten, vergeleken met een vastgestelde fossiele referentiewaarde. In plaats van simpelweg energievolume te tellen, rekent het ERE-stelsel dus in gereduceerde uitstoot. Dat betekent dat eenzelfde hoeveelheid geleverde hernieuwbare energie niet altijd hetzelfde aantal eenheden oplevert: het hangt af van hoe “groen” de bron was op het moment van levering. Sinds 2026 vult ERE de nieuwe Brandstoftransitieverplichting (BTV) in, de opvolger van de jaarverplichting, en - voor het eerst - kunnen ook particulieren met thuisladen EREs laten registreren.

HBE versus ERE: de belangrijkste verschillen

Aspect HBE (tot 2026) ERE (vanaf 2026)
Rekent op Energie-inhoud van de levering CO₂-emissiereductie in de hele keten
Vaste opbrengst per kWh Ja, vast per energie-eenheid Nee, hangt jaarlijks af van het hernieuwbare aandeel van het net
Naam van de verplichting Jaarverplichting Brandstoftransitieverplichting (BTV)
Sectoren met verplichting Vrijwel uitsluitend wegvervoer Wegvervoer, binnenvaart én zeevaart
Thuisladen door particulieren Niet mogelijk Mogelijk sinds 2026, via een inboekdienstverlener
Register REV (Register Energie voor Vervoer) Hetzelfde REV, vernieuwd voor het ERE-stelsel

De officiële tijdlijn van de overgang

  • 1 januari 2026 - de Brandstoftransitieverplichting en het ERE-stelsel gaan in; HBE stopt als lopend systeem voor nieuwe leveringen.
  • Voorjaar 2026 - een overgangsperiode waarin resterende HBE-tegoeden nog konden worden gebruikt of verkocht om de verplichting over refertejaar 2025 af te wikkelen.
  • 1 mei 2026 - jaarafsluiting over 2025. Volgens de NEa wordt het HBE-saldo dat daarna nog op een rekening staat, omgezet in ERE’s tegen een vaste verhouding van 1 HBE op 46 ERE.
  • 17 augustus 2026 - het vernieuwde REV opent, later dan gepland. Bedrijven met een rekening kunnen inboeken en ERE’s overboeken, en resterende HBE’s staan als ERE’s op hun rekening. Het inboeken van elektriciteit door inboekdienstverleners, en dus voor thuisladers, volgt volgens de NEa-planning in release 2, verwacht medio oktober 2026.
  • Sinds 2026 - particulieren kunnen voor het eerst officieel een ERE-vergoeding voor thuisladen ontvangen, uitsluitend via een geregistreerde inboekdienstverlener.
  • 1 januari 2027 - einde van het overgangsjaar voor bedrijven die al vóór 2026 inboekten met een externe MID-meter: ook voor hen telt dan alleen nog een geïntegreerde MID-meter in de laadpaal. Voor particulieren geldt die eis al sinds januari 2026, zonder overgangsjaar.

Wat gebeurde er met opgespaarde HBE-tegoeden?

Een veelgestelde vraag van wie voor 2026 al meedeed: gingen gespaarde HBE’s verloren? Niet automatisch, maar ook niet zonder actie. Tegoeden die op de overgangsdatum nog open stonden, zijn volgens de NEa eenmalig omgezet naar een ERE-startsaldo tegen de vaste verhouding van 1 op 46. HBE-tegoeden die daarvóór al waren gebruikt of verkocht om de verplichting over 2025 in te vullen, vielen buiten deze omzetting - die waren al verzilverd binnen het oude systeem. Voor de meeste particulieren is dit vooral achtergrondinformatie: zij deden nog niet mee onder HBE en starten dus met een schone lei in het ERE-stelsel.

Hoe reken je een oude HBE om naar ERE

De pagina ERE’s, gelezen op 15 oktober 2026, zegt: “Elke HBE wordt omgezet in 46 ERE.” Dat gebeurt na de laatste jaarafsluiting op basis van HBE-regels op 1 mei 2026, voor spaartegoeden die daarna nog op rekening staan, en alleen voor bedrijven die overgaan naar het vernieuwde REV. Het type blijft hetzelfde. HBE-G wordt ERE-G, HBE-B wordt ERE-B, HBE-C wordt ERE-C en HBE-O wordt ERE-O. Er worden geen eenheden omgezet in ERE-R of ERE-E.

Het nieuws van 5 maart 2026, Overgang HBE naar ERE, schrijft de omrekenregel als “1 HBE > 46 ERE”. HBE’s worden tot 1 mei 2026 gebruikt voor de jaarverplichting over 2025. Spaarsaldi die na die jaarafsluiting nog op de rekening staan, worden omgezet. Bij de daadwerkelijke bijschrijving rondt de NEa naar boven af, schrijft dat bericht. Vanaf 2026 leveren nieuwe leveringen ERE’s op.

Een ander getal is de reductiebijdrage. Het nieuws van 30 juni 2025, 47 kg/HBE, zet de HBE-reductiebijdrage voor 2026 op 47 kg per HBE, gelijk aan 2025. Vanaf 1 januari 2026 vervalt die bijdrage en heeft zij geen betekenis meer voor de naleving. In hetzelfde bericht staat apart dat de NEa de tegoeden die rekeninghouders op 1 mei 2026 sparen, met 46 vermenigvuldigt om het startsaldo in ERE’s te bepalen. Het ministerie had aangekondigd dat de in 2025 gepubliceerde waarde, minus de bijdrage van beter fossiel, als omrekenfactor dient.

183 gram CO₂-equivalent per megajoule is de fossiele uitgangswaarde in de elektriciteitsformule: geleverde kWh × hernieuwbaar aandeel × 183 g/MJ × 3,6 / 1.000. Eén ERE blijft 1 kg CO₂-equivalent ten opzichte van de fossiele referentie.

De NEa verdeelt de omgezette eenheden over de sectoren op basis van alle inboekingen over 2025, voor de hele markt en niet per bedrijf. Leveringen aan de luchtvaart tellen daarbij als sector land. ERE-C gaat alleen naar sector land. De verdeling die de NEa op 5 maart 2026 publiceerde:

Soort Land Binnenvaart Zeevaart
C 100,0% 0,0% 0,0%
B 99,1% 0,9% 0,0%
O 98,0% 2,0% 0,0%
G 87,8% 2,3% 9,9%

Op 15 oktober 2026 stond het getal 46 niet in het Besluit energie vervoer en de Regeling energie vervoer die toen geldend waren. 46 is de regel die de NEa publiceert.

Thuisladen leverde onder HBE niets op. Particulieren hadden daarom geen HBE-spaarsaldo dat op 1 mei 2026 is omgezet.

Waarom deze verandering? RED III als aanleiding

De omzetting van HBE naar ERE is geen Nederlands eigen initiatief, maar de nationale uitwerking van de herziene Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III). Die richtlijn vraagt lidstaten om te sturen op daadwerkelijke ketenreductie van CO₂ in plaats van enkel op volume, en breidt de verplichting uit naar sectoren die voorheen grotendeels buiten schot bleven, zoals binnenvaart en zeevaart. Voor Nederland betekende dat een fundamenteel andere rekenmethode (zie ook ons artikel over de ERE-berekening per kWh) en een bredere doelgroep van verplichte partijen.

Begrippenlijst: HBE, ERE en REV

Begrip Betekenis
HBE Hernieuwbare Brandstofeenheid; de eenheid vóór 2026, gebaseerd op energie-inhoud. Vervangen per 1 januari 2026.
ERE Emissiereductie-eenheid; de huidige eenheid, gebaseerd op CO₂-reductie. 1 ERE = 1 kg vermeden CO₂ ten opzichte van de fossiele referentiewaarde.
REV Register Energie voor Vervoer; het NEa-register waarin leveringen worden ingeboekt en waarin ERE’s (voorheen HBE’s) worden bijgehouden en verhandeld.
BTV Brandstoftransitieverplichting; de verplichting voor brandstofleveranciers sinds 2026 om de CO₂-uitstoot van hun brandstoffen te verlagen, in te vullen met ERE’s.
NEa Nederlandse Emissieautoriteit; de toezichthouder die het stelsel en het REV beheert en controleert.

Wat betekent dit voor jou als thuislader?

Voor een particulier die vóór 2026 nog niet kon meedoen, is de geschiedenis van HBE vooral achtergrond. Het relevante punt is dat toegang tot een vergoeding voor thuisladen nu wél bestaat, en dat die loopt via een inboekdienstverlener - je kunt als particulier niet zelf inboeken bij de NEa. Let daarnaast op de meter: als particulier heb je sinds januari 2026 een in de laadpaal geïntegreerde MID-meter nodig, zonder overgangsjaar - een externe meetconstructie telt voor jou niet. Twijfel je of jouw laadpaal zo’n meter heeft, check dat dan voordat je je aanmeldt. Vergelijk vervolgens de aanbieders die passen bij jouw situatie, want commissie, uitbetalingsfrequentie en contractvoorwaarden verschillen per inboekdienstverlener.

Lees ook

Verdiep je verder met deze gerelateerde gidsen uit de kennisbank.

Klaar om aanbieders te vergelijken?

Vergelijk opbrengst, voorwaarden en service van alle relevante ERE-aanbieders.

Bekijk de vergelijking

EREVergelijken.eu is onafhankelijk: geen enkele aanbieder betaalt voor plaatsing. De rangschikking volgt een openbare methodologie en omvat alle relevante aanbieders.